Een globale beschrijving van kenmerken van begaafde kinderen zou kunnen bestaan uit: hoge intelligentie en creatief denken (wat zich kan uiten in een kritische of tegendraadse attitude), motivatie/gedrevenheid, open staan voor nieuwe ervaringen, brede interesses en mogelijk ook een groot rechtvaardigheidsgevoel en perfectionisme. (Bakx, 2019, p. 14)

Begaafdheid is niet altijd zichtbaar, omdat leerlingen zich makkelijk aanpassen.
Signalering van begaafde leerlingen is wel belangrijk, zodat zij optimaal kunnen profiteren van ons onderwijsaanbod en hun welbevinden en ontwikkeling wordt gewaarborgd. De eerste signalen van een mogelijke begaafdheid verkennen we door middel van een vragenlijst over de ontwikkeling van de leerling die door de ouders wordt ingevuld. Daarnaast vullen de leerkrachten binnen 6 weken onderwijs een vragenlijst over de ontwikkeling van de leerling uit DHH. Het Digitaal Handelingsprotocol Hoogbegaafdheid, het DHH (Van Gerven & Drent, 2007) is een interactief instrument dat ons hierbij ondersteunt bij het signaleren. Sinds 2023 het digitale signaleringsinstrument, ZOOV+ waarbij de leerlingen opdrachten doen. Op adaptieve wijze wordt hun potentieel in kaart gebracht.

Indien er sprake is van begaafdheid gaan we samen met de ouders in overleg wat deze leerling nodig heeft. We bieden versnelling van de reguliere lesstof aan, waardoor er ruimte overblijft voor verdieping en verrijking van de leerstof. Verrijkende materialen die we hiervoor gebruiken zijn onder andere: RekenXL, Denken in getallen, Denken over Taal, Taal (eigen)wijs, Chinees voor school en thuis. Hierin worden hogere, creatieve denkvaardigheden aangesproken.

De leerlingen nemen wekelijks deel aan een impulsgroep voor de onder- of bovenbouw. Kinderen ontmoeten ontwikkelingsgelijken waar ze samen mee leren. In deze lessen is aandacht voor de (grote) behoefte aan autonomie van deze leerlingen, maar hen ook uitdagen om uit hun comfortzone te komen wanneer zij angst ervaren om nieuwe vaardigheden aan te gaan. Vanwege angst om te falen bij een aantal leerlingen wordt psycho educatie gegeven rondom mindset en het ‘leren leren’.

Tijdens de impuls worden regelmatig de lessen naar
aanleiding van boeken die worden voorgelezen gegeven.
Op de afbeelding is een activiteit, een circus met dieren te zien
vanuit de impulsgroep van groep 3 en 4.
Ze hebben alles zelf bedacht en gemaakt.

Gebruikte literatuur:

  1. Althuizen, M., De Boer, E., & Van Kordelaar, N. (2019). Een andere kijk op hoogbegaafdheid. (4e druk). SWP Amsterdam.
  2. Bakx, A. W. E. A. (2019).  Begaafde leerling zoekt leerkracht. Lecture. Radboud Universiteit.
  3. Boogaard, B. (2023). Hoogbegaafdheid, meer dan een IQ.
    Een onderzoek naar de wijze waarop ambulant begeleiders binnen het onderwijs intern begeleiders en leerkrachten kunnen coachen in de begeleidingsgesprekken over een hoogbegaafd kind tussen vier en twaalf jaar binnen een arrangement hoogbegaafdheid en gedrag, met als doel de bevordering van de algehele ontwikkeling van het kind.  Geraadpleegd op 2 september 2025, van https://praktijkdetussenruimte.nl/wp-content/uploads/Onderzoek-Phbo-HB-Bertine-Boogaard-mei-2023-zonder-bijlages.docx
  4. Van Gerven, L., Drent, S. (2007). Professioneel omgaan met hoogbegaafde leerlingen in het basisonderwijs. Van Gorcum.